alt..

Voor wie is Insuline aspart Sanofi geschikt?

Insuline aspart Sanofi is geschikt voor de behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, adolescenten en kinderen van 1 jaar en ouder.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U mag dit geneesmiddel niet gebruiken indien u allergisch bent voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van de bijsluiter.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Volg nauwkeurig de instructies met betrekking tot dosering, controle (bloed- en urinetesten), dieet en lichamelijke activiteit (lichamelijk werk en lichaamsbeweging) en injectietechniek, zoals met uw arts is besproken.

Wees vooral alert op het volgende:

  • Het gebruik van inadequate dosering of stopzetting van de behandeling kan, vooral bij diabetes type 1, leiden tot hyperglykemie en diabetische ketoacidose. Meestal ontwikkelen de eerste symptomen van hyperglykemie zich geleidelijk over een periode van uren of dagen. Deze eerste symptomen omvatten dorst, verhoogde frequentie van plassen, misselijkheid, braken, sufheid, rode droge huid, droge mond, verlies van eetlust en een acetongeur op de adem. Bij diabetes type 1 leiden onbehandelde hyperglykemische voorvallen uiteindelijk tot diabetische ketoacidose, wat potentieel dodelijk is.
  • Het overslaan van een maaltijd of ongeplande, inspannende lichamelijke activiteit kan leiden tot hypoglykemie. Vooral bij kinderen moet men voorzichtig zijn bij het vaststellen van de insulinedoses (met name in basaal-bolusregimes) in overeenstemming met voedselinname, fysieke activiteiten en huidige bloedglucosespiegel, om het risico op hypoglykemie te minimaliseren. Hypoglykemie kan optreden als de insulinedosis te hoog is met betrekking tot de insulinebehoefte. In geval van hypoglykemie of als hypoglykemie wordt vermoed, moet Insuline aspart Sanofi niet worden geïnjecteerd. Na stabilisatie van de bloedglucosespiegel van de patiënt moet een dosisaanpassing worden overwogen.
  • Gelijktijdige ziekten, vooral infecties en ziektes die gepaard gaan met koorts, verhogen meestal de insulinebehoeften van de patiënt.
  • Gelijktijdige aandoeningen van de nieren, lever of aandoeningen die invloed hebben op de werking van de bijnieren, hypofyse of schildklier kunnen wijzigingen in de insulinedosis noodzakelijk maken.
  • Wanneer patiënten wisselen tussen verschillende soorten insulines, kunnen de vroege waarschuwingssymptomen van hypoglykemie veranderen of minder uitgesproken worden dan toen zij hun eerdere insuline gebruikten.
  • Het overschakelen van een patiënt naar een ander type of merk insuline moet worden uitgevoerd onder strikt medisch toezicht. Veranderingen in sterkte, merk (fabrikant), type, oorsprong (dierlijke, humane insuline of humane insuline-analoog) en/of productiemethode (recombinant DNA t.o.v. dierlijke insuline) kunnen een verandering van de dosis noodzakelijk maken.
  • Patiënten die overstappen naar Insuline aspart Sanofi vanaf een ander type insuline, kunnen meer of minder dagelijkse injecties of een verandering in dosis nodig hebben vergeleken met hun gebruikelijke insuline. Indien een aanpassing nodig is, kan dit plaatsvinden bij de eerste dosis of tijdens de eerste paar weken of maanden.
  • Zoals bij elke insulinetherapie kunnen er reacties op de injectieplaats optreden, waaronder pijn, roodheid, netelroos, ontsteking, blauwe plekken, zwelling en jeuk. In zeldzame gevallen kunnen reacties op de injectieplaats het stopzetten van Insuline aspart Sanofi noodzakelijk maken.
  • Gevallen van hartfalen zijn gemeld wanneer pioglitazon werd gebruikt in combinatie met insuline, in het bijzonder bij patiënten met een verhoogd risico op hartfalen. Hiermee moet rekening worden gehouden als men een behandeling met de combinatie van pioglitazon en Insuline aspart Sanofi overweegt. Als deze combinatie wordt gebruikt, moeten patiënten gecontroleerd worden op klachten en symptomen van hartfalen, gewichtstoename en oedeem. Pioglitazon moet worden stopgezet als er verslechtering van de hartklachten optreedt.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Insuline aspart Sanofi nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Uw insulinebehoefte kan veranderen als u de volgende geneesmiddelen gebruikt:

  • orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen
  • monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers)
  • bètablokkers
  • angiotensine converterend-enzym (ACE)-remmers
  • salicylaten
  • anabole steroïden
  • sulfonamiden
  • orale anticonceptie
  • thiaziden
  • glucocorticoïden
  • schildklierhormonen
  • sympathicomimetica
  • groeihormoon
  • danazol
  • octreotide/lanreotide
  • Combinatie van insuline aspart Sanofi met pioglitazon

Waarop moet u letten met alcohol?

Uw bloedglucosespiegel kan veranderen als u alcohol gebruikt. Daarmee kan ook de dosis insuline die u nodig heeft anders worden.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Uw insulinebehoefte neemt meestal af gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap en neemt de resterende zes maanden weer toe. Geeft u borstvoeding, dan moet u mogelijk uw insulinegebruik of voedingspatroon aanpassen.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Uw concentratie- en reactievermogen kunnen afnemen als u een hypoglykemie heeft. Houd hiermee rekening in alle situaties waarin u een risico kunt vormen voor uzelf of voor anderen (bijv. bij het besturen van een voertuig of het bedienen van machines). Neem contact op met uw arts indien u een voertuig wilt besturen als:

  • u regelmatig een voorval van hypoglykemie heeft
  • de waarschuwingssymptomen van hypoglykemie bij u minder uitgesproken of niet aanwezig zijn

Belangrijke informatie over sommige ingrediënten van Insuline aspart Sanofi

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.