alt..

Mogelijke bijwerkingen

Bijwerkingen kunt u vinden in rubriek 4 van de bijsluiter.
Krijgt u last van bijwerkingen, zoals vermeld in de bijsluiter, neem dan contact op met uw behandelaar of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in de patiënten informatie staan.

Samenvatting van ernstige en zeer vaak voorkomende bijwerkingen

Lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) is een zeer vaak voorkomende bijwerking. Dit kan optreden bij meer dan 1 op de 10 gebruikers.

Ernstige allergische reacties op insuline aspart Sanofi of een van de hulpstoffen (een systemische allergische reactie genoemd) is een zeer zeldzame bijwerking, maar kan mogelijk levensbedreigend zijn. Dit kan optreden bij 1 op de 10.000 gebruikers.

Andere bijwerkingen

Huidveranderingen op de injectieplaats:
Als u te vaak op dezelfde plaats insuline injecteert, kan het vetweefsel onder de huid slinken (lipoatrofie) of dikker worden (lipohypertrofie) (kan bij maximaal 1 op de 100 personen voorkomen). Bulten onder de huid kunnen ook worden veroorzaakt door ophoping van een eiwit genaamd amyloïde (cutane amyloïdose; hoe vaak dit voorkomt, is niet bekend). De insuline werkt mogelijk niet goed als u in een bultig gebied injecteert. Verandering van injectieplaats bij elke injectie kan deze huidveranderingen helpen voorkomen. Vertel het uw arts of verpleegkundige als u merkt dat uw huid putjes of verdikkingen op de injectieplaats heeft. Deze reacties kunnen ernstiger worden of ze kunnen de absorptie van uw insuline veranderen, als u op een dergelijke plaats injecteert.

Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)

Tekenen van allergie: lokale allergische reacties (pijn, roodheid, netelroos, ontsteking, blauwe plekken, zwelling en jeuk) kunnen optreden op de injectieplaats. Deze verdwijnen meestal na enkele weken van het gebruik van uw insuline. Als ze niet verdwijnen of als ze zich over uw hele lichaam uitbreiden, praat dan onmiddellijk met uw arts (zie ook “Ernstige allergische reacties” hierboven).

Problemen met het gezichtsvermogen: wanneer u voor het eerst begint met uw insulinebehandeling, kan dit uw gezichtsvermogen verstoren, maar de stoornis is meestal tijdelijk.

Gezwollen gewrichten: wanneer u insuline begint te gebruiken, kunt u vocht vasthouden wat zwelling rond uw enkels en andere gewrichten kan veroorzaken. Normaal gesproken verdwijnt dit snel. Zo niet, praat dan met uw arts.

Diabetische retinopathie (een oogziekte die samenhangt met diabetes en die kan leiden tot verlies van het gezichtsvermogen): als u diabetische retinopathie heeft en uw bloedsuikerspiegel zeer snel verbetert, kan de retinopathie erger worden.

Vraag uw arts hierover.

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers)

Pijnlijke neuropathie (pijn door zenuwbeschadiging): als uw bloedsuikerspiegel zeer snel verbetert, kunt u zenuwgerelateerde pijn krijgen; dit wordt acute pijnlijke neuropathie genoemd en is meestal van voorbijgaande aard.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via:

Nederland: Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb – Website: www.lareb.nl

Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.